// Blog René Baljon: een beetje Neil Armstrong gevoel

Mijn eerste kennismaking met het bestuur van de WCS vond plaats in 1990 tijdens de presentatie van het allereerste WCS Wondenboek. Herman van der Klij, toenmalig voorzitter had mij daarvoor uitgenodigd, zodat hij mij kon introduceren bij de overige bestuursleden. In een zaaltje, waar veel vertegenwoordigers van de industrie aanwezig waren, werd het eerste WCS Wondenboek aan het publiek getoond. Voor de WCS was dit een heel bijzonder moment, want zeven jaar na haar oprichting lanceerde zij een standaardwerk voor de wondzorg in Nederland en België. Tot op heden kan deze kwalificatie er nog steeds aan gegeven worden: hét standaardboek voor de wondzorg, nog steeds in gebruik bij medici, paramedici, verpleegkundigen, verzorgenden, apothekers etc., maar ook voor diverse opleidingen.

In 1989 werd het onderwerp brandwonden toegevoegd aan de aandachtsgebieden van de WCS en kreeg Jantien Spindler, voormalig verpleegkundig docent en medewerker Huidbank, vanuit de Nederlandse Brandwonden Stichting tijd om de redactie op zich te nemen voor dat eerste WCS Wondenboek.

Het hele WCS Wondenboek werd inhoudelijk opgehangen aan het WCS Classificatiemodel, dat eveneens door de WCS was ontwikkeld. Daarmee werden, zoals Ron van der Most in 1992 al schreef in de Wondkrant, ‘de uitgangspunten van de WCS gematerialiseerd’. Aart Eliens beschreef als recensent in TVZ in 1991 dat hij het een prachtig boek vond, dat voor de verpleegkundige zeer leesbaar was.

Opvallend is dat Jantien Spindler destijds een indeling van het boek had ontwikkeld, die tot op heden nog steeds wordt toegepast, met standaard hoofdstukken als Algemene wondbehandeling, Decubitus, Brandwonden, Ulcus cruris, Oncologische wond, Diabetische voet, Stoma, Chirurgische en traumatische wond en Productinformatie. De hoofdstukken worden nog steeds geschreven door experts uit de praktijk, die zeer goed op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen binnen hun wondgebied.

Natuurlijk is in de loop van de jaren het boek verder aangepast. Van losbladig systeem naar bijvoorbeeld een gebonden versie. Maar ook inhoudelijk heeft Alette de Jong, de voormalige eindredacteur, meer en meer om bewijsvoering gevraagd; de combinatie van evidence based medicine en best practise.

En nu hebben we een nieuwe stap gemaakt met het Wondenboek. Van fysiek naar digitaal. Het is niet meer van deze tijd dat je twee jaar moet wachten op actuele informatie. Vandaar dat we overgegaan zijn naar een digitale versie die continu actueel gehouden wordt door een speciale Wondenboek redactieraad.

En zoals het een kenniscentrum betaamt, hebben we besloten het nieuwe digitale Wondenboek kosteloos beschikbaar te stellen voor alle zorgverleners. Daarmee hopen we een impuls te geven aan het verbreden van kennis op het gebied van de wondzorg.

Ook al is het onvergelijkbaar, maar voor mij voelt het als ‘a giant leap for WCS’ (vrij naar Neil Armstrong)

René Baljon, Voorzitter WCS Kenniscentrum Wondzorg

Reageren: klik hier